Zoals beloofd hier even een beknopt verslagje en wat foto’s omtrent het voorgaande logbericht. Allereerst mijn verhaal:
Afgelopen zaterdagavond traden wij (Day Six) op in het Haags Popcentrum in Den Haag. Op de terugweg reed ik samen met toetsenist Dolf Kelkal over de snelweg (A67 richting Venlo). Dolf reed, en ik zat op de passagiersstoel. We naderden een viaduct, dus de weg liep enigszins bergopwaarts. Opeens zag ik een onverlicht voertuig dwars op de snelweg staan (bleek later een personenauto met aanhanger). Wij zagen het pas toen de auto in het zicht van onze koplampen was. Dolf schoot uiteraard op de rem (er was geen mogelijkheid eromheen te rijden), maar het was onmogelijk om vanaf die snelheid nog vóór het voertuig tot stilstand te komen, dus we reden er met een redelijke snelheid op in.
De klap zelf kan ik me niet meer herinneren, evenals het volgende. Binnen enkele seconden na de eerste klap (die volgens Dolf, die alles wel bewust mee heeft gemaakt, kennelijk meeviel), reed er een terreinwagen bij ons achterop. Deze klap ging schijnbaar wel erg hard, want ook deze auto kon niet op tijd remmen.
Ik herriner me nog dat ik overeind kwam na de botsingen, en niets dan rook voor me zag. Schijnbaar was door de tweede botsing onze auto ver vooruit geschoten, tussen de stilstaande personenauto en aanhanger door (die daardoor losgeschoten waren). Ik hoorde Dolf zeggen dat we uit de auto moesten, vanwege brandgevaar. We probeerden beiden onze deuren open te krijgen, maar het lukte niet. Ze zaten geklemd door de botsing.
Wat ik me niet kan herinneren, maar wat gelukkig wel gebeurde, was dat de bestuurder van de terreinwagen die achter tegen ons aan was gereden uitstapte, en Dolf’s deur openrukte. We kropen allebei door die deur eruit. Ik bloedde hevig uit mijn voorhoofd, neus en mond, dus ik zag bijna niets. Dolf geleidde me naar de vangrail, waar we overheen klommen. Ik herinner me van dit stuk alleen nog dat ik met een zakdoek tegen mijn gezicht over het wegdek strompelde.
Een stem achter me vroeg hoe het met ons was. Dolf antwoordde dat het met hem wel ging, maar dat ik naar het ziekenhuis moest. De vrouw die het vroeg bracht mij naar het ziekenhuis. Ook dit stuk heb ik niet bewust meegemaakt. Het eerste wat ik me weer kan herinneren is dat ik in het ziekenhuis op de operatietafel lag, waar ze mijn wond schoonmaakten en hechtten. Na een nacht ter observatie in het ziekenhuis doorbracht te hebben, kon ik weer naar huis. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat ik een zware hersenschudding heb. Ik ben, waarschijnlijk daardoor, ook snel moe en slecht geconcentreerd. Het is even afwachten, maar waarschijnlijk komt alles weer goed, en blijft er enkel een litteken op mijn gezicht. Op welke plek dat is, kun je op de foto’s zien: